We are apologize for the inconvenience but you need to download
more modern browser in order to be able to browse our page

DE STORMRAMP

Uit Neede. Een herhaling van Borculo? Niet geheel en al. De schade is hier misschien geringer. Mogelijk kan ook het tegendeel blijken. De kracht van den orkaan lijkt zeker even groot als de vorige te zijn geweest. Dat woelende elementen die dorpskommen minder hebben vernield, dan twee jaar geleden, Is te danken aan het feit, dat die cycloon een weg heeft gevolgd, welke niet juist midden door het dorp liep.
‘Toch is de vernieling geweldig` schrijft een Handelsblad,-corresp.
In Neede heeft, naar blijkt, de cycloon het ergst huisgehouden bij het station. Men heeft reeds gelezen wat er is verwoest. In den vroegen ochtend was gisteren de aanblik overweldigend. Daar ligt de textielfabriek van de firma, Terweme. De heer Ter Weme staat hij de ruïne; hij kan de tranen nauwelijks inhouden. De zaken gingen toch al niet zoo schitterend. En nu deze schade. Niet verzekerd is hij tegen storm schade.
Driehonderd arbeiders zullen een paar maanden werkloos zijn. Het had erger kunnen zijn, het herstel ,had geruimeren tijd kunnen vorderen, maar de machines hebben niet veel geleden. Het eigenlijke fabrieksgebouw mist een wand en een stuk van het dak, maar is inwendig nog bruikbaar. Wel zijn de kantoorlokalen geheel vernield. Ook de schoorsteen is ingestort. Gelukkig is hij vrij behoorlijk neergekomen.
Een wonder mag het heeten, dat van het fabriekspersoneel niemand ernstig is gekwetst. Het is bij schrammen gebleven. Tooh waren alle arbeiders tijdens de ramp in de fabriek,maar hadden het ongeluk zien aankomen. Een van de jongens stond juist op het dak. Zag in de verte boomen al knappen en den orkaan naderen. Hij waarschuwde. Aan vluchten viel niet te denken. Wat moest men doen, waar dreigde de vernieling, maar men was voorbereid, kroop tegen de muren, onder de machines, vrijwaarde zich voor vallende steenen Ook in het kantoor is niemand ernstig gedeerd. ‘Doch heeft de ramp aan de fabriek een slachtoffer geëischt. De timmerman Wormmeester uit Eibergen is aan een schedelbreuk overleden. Hij werkte aan het nieuw aan te bouwen gedeelte. Naast de fabriek is bet groote pakhuis van den Coöperatieven Boerenbond vernield. Iets verder ligt een goederenwagen hij was van de rails gelicht en is een 40 meter verder op den kop neergezet. Of de cycloon ook kracht had! Een andere wagen is op het stootblok gezet. De locomotievenloods met nog een paar kleine machines er in is in puin, de machinisten, die in die loods werkten, waren onder de machines gekropen. Dit had hun het leven gered. De machines zelf hebben niet veel schade.

Van twee noodwoningen naast het station resten nog een paar planken. Hier woonden spoorwegarbeiders; een hunner, Zandwijk, heeft een dochtertje van 13 jaar verloren, zooals reeds is bericht. Zijn tweede dochtertje ligt met een ernstige schedelbreuk in het ziekenhuis te Groenlo.

Verderop zijn weer complexen woningen vernield. Hier is nog puin, huisraad, planken, beddegoed. Een vernielde fiets hangt tusschen de balken. Temidden van al die resten loopen de kippen en kraait de haan, als ware er niets gebeurd.
En de boerderijen — zestig zouden onder Neede vernield zijn. Honderd gewonden zijn bij het instorten gemaakt. Hulp was spoedig aanwezig. Een officier van gezondheid, die toevallig in de buurt aan het oefenen was, legde dadelijk de noodige verbanden. Daarna verdween hij zonder zich te hebben bekend gemaakt. Van allen kant is hulp gekomen, om den eersten nood te lenigen. Vooral aan beddegoed is behoefte.

De genie-soldaten hebben kranig gewerkt. Zoodra het licht werd, zijn zij op pad gegaan, om den geheel versperden weg tusschen Neede en Eibergen vrij te maken. Ongeveer driehonderd boomen waren alleen op dit stukje weg gevallen, Reeds een paar uren na zonsopgang konden wij constateeren, dat de uitstekende takken waren afgezaagd, dat stammen waren verlegd, zoodat de weg weer vrij was.

De vernieling.
Zoodra het mogelijk was iets op den weg te zien, hebben wij een rondgang gemaakt door de geteisterde dorpjes.
Heel vroeg dus, zoodat opruimen nog niet mogelijk was geweest. Telkens treft hier weer het grillige van den cycloon. Uit een laantje is plotseling één boom weggerukt, elders een heele rij geveld, doch één enkele is blijven staan.. Bij Lichtenvoorde is een woonwagen, in gebruik als directiewagen, gewaaid in het fabriekje van de firma Jaarsveld. Het dak is ongeveer 400 meter weggeslingerd. Zoo gaat het door; gebroken telegraaf palen, gesneefde boomen en, wat erger is, tallooze ingestorte boerderijen. Soms lijkt het minder erg dan in Borculo, omdat nergens zoo’n geconcentreerde vernieling is.
Maar als wij dan weer zien dat hoekje bij Lievelde, ten zuiden van Groenlo, waar vlak bij elkaar zeven kapitale boerderijen zijn weggemaaid, dan beseft men, dat hier de natuur in ongebreidelde kracht heeft gewoed. Niets rest meer dan gescheurde muren. Een wankele schouw, waar nog kiekens loopen en een groote stier zijn achtergebleven. Verwonderd ziet het dier om zich heen. Slachtoffers hier, vragen wij; neen, geen ernstig gewonden.

Verwoestingen te Zuidloo en Harfsen. Een Achtertoek-correspondent van het Hdbl. meldt: Gistermorgen in de vroegte kwamen wij in Zuidlogo, gemeente Bathmen. Daar heeft de cycloon slechts een geringe aanraking gehad met de aarde, toch is er een groote verwoesting aangericht. Wij vonden het huis, de schuur en den hooiberg van de wed. Schutter totaal verwoest, evenals de boerenhoeve van Kleine Horstman. Persooulijke ongelukken handen niet plaats. Veel erger is het gesteld in Harfsen, gem. Gorssel, waarheen wij ons eveneens begaven. Daar is een noodlottige verwoesting aangericht nabij de school. Vernield zijn daar de hoeven van G. J. ten Have „de Bielder”. Hier heeft een zoon het been gebroken. Voorts is verwoest de hoeve van B. J. Hakvoort, „Op de nieuwe Bielder”. Een der zoons verloor een vinger tusschen vallend hout en wordt ‘n het ziekenhuis te Deventer verpleegd. Nog is ingestort de boerderij van Kemink. Aan den anderen kant van den weg is het kleine boerenplaatsje van de Greef vernield, even als dat van B. Keerselman. Van den korenmolen van Hartgerink zijn drie wieken afgeslagen.

Te Harfsen is de cycloon dicht aan den grond geweest. Tal van boomen zijn ontworteld of afgedraaid. Men ziet hier en daar dat de storm sommige plekken heeft overgeslagen.
Hakvoort vertelde ons, dat hij met zijn broer heeft getracht de deuren van den deel gesloten te houden. Op onverklaarbare wijze is zijn broer toen naar buiten geslingerd tegen den instortenden hooiberg. Daar heeft hij zijn vinger verloren.
Aan den weg van de school naar Laren (Geld) is een dennenbosch geheel vernield. De menschen hebben den cycloon aanhoudend overal zien huishouden en zagen dat hij beurtelings nu deze dan die boerderij raakte.
Het gemeentebestuur van Gorssel heeft ‘s avonds dadelijk den weg laten vrijmaken. Ook de trambaan die versperd was, was spoedig weer voor den dienst geschikt. De getroffen kleine boeren, wier bedrijf overhoop ligt en wier huizen zijn vernield, dienen onverwijld te worden geholpen.

In Twente.
Bij Backenhagen zijn de boomen langs de Twickelervaart geveld. Een landarbeider, die te Wiene in een loods onderdak zocht. Is zwaar gewond door de instortende loods. De trein, die uit Goor naar de richting Delden kwamm, werd door een spoor wegarbeider, gewaarschuwd, dat de lijn bij de bocht versperd was. Te Albergen zijn vele boerderijen gedeeltelijk vernield.

Hoe de cycloon huis hield.
Uit Almelo wordt aan de „Tel.” gemeld:
De cycloon, die voor de tweede maal het Oosten teisterde, heeft met titanen-kracht in enkele seconden tijds enorme verwoestingen aangericht. Dat beseft men eerst ten volle, als men de zwaar getroffen streek bezoekt. Ook de omtgeving van Almelo heeft ernstig te lijden gehad. In hoofdzaak de streek, die ligt ten Noorden en het Zuidoosten van dit fabriekscentrum. Als met een reuzenhand heeft de orkaan het land opengerukt, boerderijen als kaartenhuizen in elkaar doen storten, boomen met voortel en al uit den grond getrokken en over groote afstanden door het luchtruim meegevoerd en verpletterd. Bij een bezoek, dat wij aan dit gedeelte der provincie brachten, nl van Almelo tot Borne, Bornebroek, Wiene, Delden en Goor, zagen wij even buiten Almelo aan dein Borneschen straatweg bij het’ landgoed „Bavinkel” de eerste treurige resultaten van de vernielende elementen.

In een rechte lijn, die dwars den straatweg kruist, was over onafzienbaren afstand alles, wat zich eenigszins boven den grond ‘verhief, weggemaaid en vernietigd. Het geboomte tot de helft weggeknapt de dikste boomen uit den , grond gehaald en in de grilligste houdingen over den weg gezaaid.
Boerderijen werden óf tot geraamten weggeslagen, of met den bodem gelijk gemaakt. Bij het landgoed „Barvinikel”, dat aan den heer Ten Kate toegehoort, troffenn wij mr. A. J. Ellens, president der arrondissements-rechtbank te Almelo, en mr. Van Lier, officier, van Justitie die de verwoestingen van den cycloon in oogenschouw kwamen nemen.
Het was geweldig, wat hier de orkaan had teweeg gebracht. Voor het twee verdiepingen hooge landhuis was een zware beuk uit den grond gerukt en vervolgens opgenomen door den storm. Een groote serre voor het huis was eenvoudig afgeschoren; verschillende gedeelten op grootten afstand gedeponeerd. Het was een geluid, zeide de heer Ten Kate, of er honderden goederentreinen door de lucht donderden. De heer Ellens had den cycloon zien aankomen, vertelde bij. Hij stond juist voor zijn huis. Het had eerst gehageld, waarna het wat lichter was geworden, toen eensklaps aan den horizon een donkere streep, een windhoos, zich vertoonde, en het merkwaardige was, dat deze den den vorm van een trechter had, doch naar boven oploopend. Daarop zag men aan beide kanten die wolken op den cycloon toestormen Het was een impossant schouwspel, hoewel angstig.
Ten slotte kreeg het den vorm van een kegel en zag men het volle gevaarte met groote snelheid voorttrekken, zijn vernielend werk voltooiend. In den omtrek van Bawinkel werd een tiental boerderijen compleet vernietigd. Juist op het landgoed van den beer Ten Kate werd een kleine boerderij met schuur en hooiberg finaal in elkaar gedrukt. De vrouw, die juist voor de deur stond, werd met deur en al een eind weggeslingerd en het zinken dak zeker een tweehonderd meter het land in.
Wonder boven wonder kwamen de bewoners er, behalve met eenige lichte ontvellingen, met den schrik vrij. Tot de slachtoffers behoorde hier alleen een varken, dat onder een hooischuur werd verpletterd. De aanblik, die hier de getroffen streek toonde, deed denken aan de foto’s van den terugtocht der Duitschers in België; niets bleef op hun weg gespaard. Onder de Wateregge werd een gezin in een boerderij door het neervallend geboomte in de woning zoo compleet opgesloten, dat men er niet meer uit kon. ‘en moest wachten tot men verlost werd. In deze streek lagen de kippen en kuikens bij tientallen dood langs de weilanden, terwijl sommige wegen onbegaanbaar waren door duizenden dakpannen, die van de daken waren afgerukt.

Onder Bornebroek ten Zuiden van Almelo was een geheel sparrenbosch ontworteld en de weg op tal van punten door honderden boomen versperd. Door snel ingrijpen wist men het verkeer weer spoedig mogelijk te maken. Ook in dezen omtrek zag men tal van vernielde boerderijen.
Heel erg heeft de cycloon ook op den weg van Delden naar Goor huisgehouden, speciaal onder het gehucht Wiene. Het Twickeler Bosch lag zoo goed als geheel tegen den grond over een afstand van 1 KM. breedte. Zware boomstammen lagen links en rechts over den weg verspreid en slechts met de uitersten voorzichtigheid kon men hier passeeren. Marechaussees en rijksveld-wachters zorgden hier voor het verkeer. Het was een droevig gezicht, dit fraaie bosch in een dergelijken toestand te moeten aanschouwen.
In dit gedeelte waren de boeren ook zeer zwaar getroffen. Een oud Geldersch boertje met een verband om zijn hoofd, vertelde met tranen in de oogen, hoe hij ales wat hij bezat, in een paar seconden had verloren. Dat hij een vrij ernstige hoofdwonde had opgeloopen door een neervallenden balk, telde hij niet zoo zwaar dan dat zijn huis en hof in puin lagen, zijn eenig paard gedood onder het omgevallen huis, en vele varkens en biggen omgekomen ,onder het neergeplofte dak. Zoo was hier een aantal boerderijen vlak bij elkaar en aan weerszijden van den spoorweg Delden—Hengelo ten offer gevallen aan den orkaan. Hieronder waren twee groots boerenplaatsen, waarvan een nog pas nieuw opgebouwd. Het aantal gewonden was hier vrij beduidend. Een vrouw was met een zeer zware hoofdwond naar bet ziekenhuis vervoerd, en haar knecht eenige honderden meters door het luchtruim geslingerd en met een ernstige beenwond opgenomen. Toch was hij er nog goed afgekomen, gezien den afstand, dien hij door de lucht was weggeworpen. Hier was ook van een boerderij het dak afgerukt en zoo ver weggevoerd, dat men het niet meer terug heeft ge vonden. Deze streek toont over een breede linie een groots ruine. In luttele seconden zijn hier tientallen boeren in zorg gedompeld. Toch mag het nog een geluk heeten dat zij hun vee in de weide hadden en niet op stal. Dan ware voorzeker de schade niet te overzien geweest. Alles van het kleinere vee, als varkens, kalveren, biggen en kippen werden ontelbare gedood.

Hoe het er uit zag.
Uit Tubbergen wordt gemeld: Om half vijf namiddags kwam een zware onweersbui uit het zuidoosten op zetten. Het werd op het laatst aarde-donker en alleen hier en daar teekenden zich witte wolkjes af tegen de roetzwarte lucht. Bliksemfitsen doorkliefden de lucht, en velen dachten dat, het einde van de wereld nabij was. Een harde regen- en hagelbui volgde op deze donkerte, waarna het plotseling zoo klaar helder werd, dat men een nog grooter onheil verwachtte. Toen kwam uit het zuiden plotseling een wonderlijk gevormde hoorn opdagen. Duidelijk was de draaiende beweging na te gaan.
Gelukkig bleef het dorp Tubbergen vrij, maar helaas werden verschillende buurtschappen van het dorp zwaar geteisterd. O.a. werden in Harbrinkhoek, Geesteren, Manderveen en Albergen vele boerderijen geheel weggevaagd. In Harbrinkhoek wordt het aantal huizen dat vernield is, geraamd op twaalf. Deze zijn geheel verwoest en van vele zijn daken en schuren weggenomen.
Ongelukken zijn niet voorgekomen in deze gemeente. Alleen in Harbrinkhoek werd een vrouw opgenomen en eenige meters verder neergesmakt. Zij brak haar beide beenen.

Te Beltrum 50 huizen verwoest.
Te Beltrum deelde de politie mede, dat er in het gehucht 28 huizen totaal verwoest zijn en in de buitenbuurten nog ongeveer 22. ‘s Nachts zijn er soldaten uit Arnhem aangekomen. Te Beltrum was de ramp voor de getroffenen het ergst, omdat zij ver in het land woonden en de gewonden dus moeilijk te vervoeren waren. Allen zijn intusschen naar het R. K. Ziekenhuis overgebracht. De meeste bewoners van de ingestorte huizen zijn bij andere ingezetenen gehuisvest.

Tachtig boerderijen in Eibergen verwoest. — Vier dooden.
Officieel kan thans worden meegedeeld, dat alleen in Eibergen tachtig boerderijen verwoest zijn, waarvan er dertig geheel met den grond gelijk zijn gemaakt. Het aantal dooden bedraagt hier niet minder dan vier — men vreest dat er nog meer zullen volgen, daar verschillende personen zoo ernstig gewond zijn, dat men voor hun leven vreest. De schade, in deze gemeente veroorzaakt, bedraagt naar schatting f 400.000 aan opstallen, de schade aan vernielde inboedels geheel buiten beschouwing gelaten

Bezoek van H. M. de Koningin.
Naar wij vernemen zou H. M. de Koningin heden een bezoek brengen aan de door den cycloon geteisterde streken teneinde zich persoonlijk van de situatie en van den toestand der slachtoffers op de hoogte te stellen.

Deelneming.
De Argentijnsche gezant, de heer Gesalaga, heeft gisteren aan den minister van Buitenlandsche Zaken de deelneming betuigd van het corps diplomatique met de ramp, die Nederland heeft getroffen door den storm, die in den Gelderschen Achterhoek heeft gewoed.

Oproep om financieelen steun. Geen toezending van goederen gevraagd.
Onderstaand telegram is door den commissaris der Koningin in Overijsel aan alle burgemeesters in die provincie toegezonden: „De door den orkaan in deze provincie aangerichte schade lijkt mij, na persoonlijk onderzoek, van dergelijken omvang, dat spoedige en afdoende hulp dringend noodig is. Ik verzoek u daarom over te gaan tot het nemen van maatregelen voor het inzamelen van gelden, hetzij door eerst daartoe comité’s te vormen, hetzij op andere u het meest geschikt voorkomende wijze. Toezending van goederen is niet noodig. Uitsluitend financieele steun is gewenscht. Ter centraliseering van uitbetaling verzoek ik u beleefd de opbrengst aan mij af te dragen.”

Voor den eersten nood.
Het Oranje-Kruis heeft f25.000 beschikbaar gesteld voor eerste noodleniging. Verder is aan het Roode Kruis medegedeeld, dat een bedrag van f20.000 van het Nat. Steuncomité Cycloonramp Borculo, dat nog bij het Comité berustte als overschot van het geld, dat voor Borculo was ontvangen, eveneens mag worden besteed voor eerste noodleniging. De voorzitter van den gezondheidsraad, dr. N. M. Josephus Jitta is met den hoofdinspecteur, den beer Terburgh, naar het terrein van de ramp vertrokken.

Eenige bijzonderheden.
Uit Deventer wordt aan de N. B. Ct. gemeld:
Wie de streek tusschen Delden en Bornebroek en Goor en Delden kent, met haar schitterend schoone bosschen, zal zich moeten voorbereiden op een aanschouwen van een haast ondenkbare ontbossching. Gistermiddag heeft men met alle macht den straatweg Goor—Delden weer zoo wat vrij gemaakt van omgevallen boomen. De Havesate Backenhagen is, wat de Doornen aangaat, een ruine geworden. Wij kregen den indruk dat het met de straatcollectes op geen stukken na zoo goed wil vlotten als te Borculo in 1925. Dit ligt aan het feit, dat men in de bebouwde kom nagenoeg niets ziet, behalve te Lichtenvoorde, van de aangerichte verwoesting, terwijl de op het platteland staande boerenhoeven bijna totaal tot puin zijn geslagen, zooals te Lievelde en te Beltrum. Wij vernemen reeds van deskundigen dat de schade, hier geleden, buitengewoon groot is en ver uitgaat boven vroeger ,geleden stormschade. Men hoopt, dat op de Pinksterdagen duizenden de streek zullen bezoeken en meteen goed zullen offeren. Men meene niet, dat politiemaatregelen het bezoek aan de streek verhinderen, integendeel zorgt marechaussee en rijksveldwacht voor een veilige ver-keersregeling, die het mogelijk maakt, , de ontzettende verwoesting goed van nabij te zien. Opvallend is de rust en berustende houding van de bevolking, die het feit van de ramp aanvaardt in vertrouwen op herstel van de schade. Een altijd weer opwekkend moment bleek de aankomst van de Utrechtsche geniesoldaten, de timmerlieden, die het ergste karwei moeten opknappen. Zij zijn dan ook aanstonds terdege aan den slag gegaan. Het is gebleken, dat een over den spoorweg Zutphen—Winterswijk passeerenden trein ternauwernood aan den cycloon is ontsnapt, ter plaatse waar wachtpost 46 is verwoest. Men heeft daar de volle kracht van den storm getrotseerd. Vreemd is, dat alles in de omgeving yan de baan, die de cy-cloon nam, is bedekt met een pekachtige laag bruin-zwart slijk dat op voorwerpen, planten en grond is vastgekleefd. Een ernstig ongerief is de enorme storing van telefonisch en telegrafisch verkeer. Inmiddels wordt te Neede en te Groenlo door het rijkspersoneel met weergaloozen ijver gewerkt, maar er is te veel werk te verzetten om spoedig weer normale toestanden te scheppen. Van deskundige zijde merkt men op, dat de boeren ter plaatse der verwoesting eenige hulp behoeven voor de bewerking der in cultuur zijnde akkers, omdat zij zelf thans aan dat werk minder goed kunnen deelnemen, nu het opruimingswerk den voorrang heeft, wil men nog iets van zijn goed kunnen redden.

Bij de ramp te Neede is de familie Zandwijk wel het allerzwaarst getroffen. Thans is ook het oudste dochtertje aan de bekomen verwondingen overleden. De moeder werd opgenomen met gebroken beenen, de vader had ernstige hoofdwonden bekomen. De kracht van den wind was zoo hevig, dat de boomen bij de Berkel werden omgeblazen. Zelfs werd het water in de hoos opgezogen. De geheele schade te Neede en Eibergen wordt op 2 millioen geschat. De schade aan de fabriek van Terweme zou ƒ 200.000 bedragen.

Hoe een trein gespaard bleef.
Men meldt ons:
Het blijkt, dat de reizigers van den trein nr. 1714, welke Woensdag om 4 u. 10 uit Hengelo in de richting Goor vertrok, als door een wonder aan een ernstig ongeluk zijn ontkomen. Bij het gehucht Wiene, dat zooals uit de berichten reeds bleek, ernstig van den cycloon heeft geleden, passeerde de trein slechts enkele minuten nadat deze hier zijn werk had verricht. Was de trein ook maar enkele ogenblikken eerder geweest, dan zou deze ongetwijfeld door den cycloon zijn meegesleurd, en de ramp zou waarschijnlijk niet te overzien zijn geweest. Nu bemerkte men even voorbij het baanwachtershuisje nr. 28 dat de geheele lijn versperd was door telegraafpalen en draden. Door den schrik bevangen, had de baanwachtersvrouw niet tijdig een sein gegeven, zoodat de trein was doorgereden. Door de oplettendheid van den machinist kon echter nog tijdig gestopt worden. Het treinpersoneel en de passagiers hebben toen tezamen zooveel mogelijk den weg vrijgemaakt, waardoor de trein met plus minus een uur vertraging te Gooi kwam, waar men de autoriteiten van den toestand kon kennis geven.

De post-, telegraaf. en telefoondienst bij de stormramp.
Vanwege het hoofdbestuur der pos-terijen en telegrafie wordt medegedeeld:
Van da stormramp welke den Achterhoek en Twente teisterde, heeft de telegraaf. en telefoondienst eveneens zijn deel ‘gekregen. Tallooze verbindingen zijn verstoord en verschillende kantoren waren tijdelijk van elke communicatie met de buitenwereld uitgesloten. Met man en macht is men echter onmiddellijk aan den arbeid getrokken om zo spoedig mogelijk de verbindingen, zoo noodig provisorisch,- te herstellen zoodat reeds thans vrijwel alle kantoren weder, hetzij per telefoon of per telegraaf bereikbaar zijn.
Een motordienst werd ingesteld van Lichtenvoorde, dat geen enkele verbinding meer bezit, naar Groenlo waar nog een 4-tal lijnen intact gebleven zijn. De grootste schade ondervond de telefoon-verbinding Zutphen—Hengelo, waar tusschen de stations Delden en Goor de geheele lijn met palen en al over een afstand van 1 K.M. volkomen vernield is. Reeds gisterennacht is een vrachtauto van het Centraal magazijn te ‘s.Gravenhage met een kabel naar deze streek vertrokken om een tijdelijke verbinding tot stand- te brengen.

Te Neede, dat het centrum van de ramp is, ziet men een belangrijk telegraafverkeer tegemoet; het post- en telegraafkantoor aldaar is dag en nacht opengesteld en een sneltelegraaftoestel is reeds daarheen onderweg, om tegelijk met de herstelde lijnverbinding in gebruik te kunnen worden gesteld. Van het postpersoneel is, voor zoover bekend, alleen de besteller te Beltrum onderweg door den storm overvallen en vrij ernstig gewond; zijn tasch met correspondentie en eenig zilvergeld is in het ongereede geraakt.
Het is te verwachten dat door de genomen maatregelen — extra ploegenpersoneel zijn met het noodige materieel uit Zwolle en Zutphen naar de getroffen streek vertrokken — de overlast welke door het publiek wordt ondervonden van een niet goed werkenden telegraaf- en telefoondienst, tot een minimum zal kunnen worden beperkt, al zal het nog wel eenigen tijd duren voor alles weder normaal is.

Prins Hendrik op de puin hoopen.
Uit Zutphen wordt aan de „Tel.” gemeld: Vergezeld van minister Kan heeft Z. K. H. de Prins gisteren een langen tocht gemaakt door het geteisterde gebied. De Prins was zoo welwillend mij toe te staan den tocht met hem mee te maken. In pijlsnelle vaart werd per auto gereden naar Neede. De Prins was tevens vergezeld van generaal jhr. Röell van het Roode Kruis. Reeds onderweg bewezen omgewaaide boomen telkens de kracht, die de tornado had gehad, doch het werd eerst ontzettend, toen Neede bereikt werd. Daar werd onmiddellijk gereden naar het huis van den burgemeester, waar een conferentie plaats had over de maatregelen, die genomen moesten worden. Vervolgens werd een bezoek gebracht aan de fabriek van Ter Weerne, die een troosteloozen aanblik bood. Gelukkig zijn daar geen dooden gevallen, en bedraagt het aantal gewonden slechts vijftien, allen door glas. Zonder aarzeling klauterde de Prins over de puinhoopen en tusschen de gescheurde’ gebouwen door. Ook wist hij op het dak te komen van het nog overgebleven gedeelte der kantoorgebouwen en werd daarheen gevoerd door een der heeren, Ter Weeme, eigenaars van de fabriek; eerst twee trappen en dan langs een smal laddertje werd het dak bereikt. Het uitzicht van daar was overweldigend van jammer. De gebouwen, die een volle H.A. beslaan, zijn geheel zonder pannen. De fijngevoelige weefgetouwen liggen open en bloot, verregend en vuil. De schoorsteen is omlaag gekomen op het ketelhuis en als door een geluk kwam hij terecht op een dom van den ketel, welke werd afgerukt, zoodat de stoom vrij ontglippen kon en geen ontploffing volgde. Vele der fabrieksgebouwen zijn totaal vernield.
Een der directeuren ontkwam als door een wonder van onder de instortende muren. De Prins liet zich alles uitleggen en stond lang het landschap te overzien, dat vanaf deze hoogte met ineengestorte boerderijen gekraakte boomen en ruïnes der fabrieksgebouwen een dorp en landstreek gelijkt van de Somme na een bombardement. Z.K.H. de Prins zeide: „Het is een zeer ernstige ramp voor deze streek. Nederland zal echter zeker deze menschen evenzeer ter hulpe komen, als het dat met de andere ramp deed. Men heeft bij ons een liefdadig hart, dat zeker nog wel iets zou willen doen, ofschoon het begrijpelijkerwijs moede moet zijn, nu dit reeds de derde ramp is die Nederland in korten tijd trof. Het is wel zeer verdrietig. Het treft mij, welk een enorme kracht de tornado moet hebben gehad. Die wagon daar ginds bij de spoorlijn is eenvoudig weg opgenomen en veertig meter verder weer onderstboven neergesmeten. Men kan zoo iets zich bijna niet voorstellen. Hier moet zeker geholpen worden.”
Daarop werd een tocht over de terreinen gemaakt, deels over steenhoopen en balken. De binnenzaal werd kort bezichtigd, evenals de machines, waarvan één van f20.000, waarop de bovenverdieping is neergestort. De eigenaars van de fabriek zijn wanhopig en m
eenen, het werk niet te kunnen hervatten, zoo groot is de schade, Tegen storm waren zij niet verzekerd. „En die arme 300 arbeiders”, zei een der directeuren, „die langen tijd werkloos zullen zijn”. Minister Kan, desgevraagd, deelde hieromtrent mede, dat zooeven op het gemeentehuis een conferentie had plaats gehad. Het is mijn bedoeling, zei de de minister, onmiddellijk maatregelen te doen nemen,dat deze fabriek zoo snel mogelijk weer hersteld wordt en in actie wordt gebracht, al ware het alleen met het oog op de werkloosheid en voor deze 300 menschen, die daardoor op straat staan.
„De streék”, zei de minister, „heeft een grooten slag gekregen en, wij moeten allen samenwerken om die zoo spoedig mogelijk weer op de been te helpen. Maatregelen in die richting zijn reeds genomen. Ik acht deze ramp, ofschoon meer verspreid over een lange streek, grooter dan die van Borculo, waar alles zich hoofdzakelijk tot dit plekje bepaalde.”

Het Nationaal Steuncomité Stormramp 1925.
Minister Kan heeft den leden van het Nationaal Steuncomité Stormramp 1925 telegrafisch verzocht deel te blijven uitmaken van dat comié ter wille van de ramp die 1 Juni den Achterhoek geteisterd heeft.

Een bezoek van den oommandant van het veldleger.
In opdracht van en namens den mi-nister van .oorlog zal luitenant-generaal T. F. J. Mudler Messes, commandant van het veldleger, daarbij vergezeld Van .het Hoofd der IIe afdeelingg van het departement vandaag ‘het door den storm geteisterde gebied in den Achterhoek bezoeken.

Buitenlandsche deelneming.
Baron Kervyn de Heerendré van het Belgisch gezantschap heeft in opdracht van den heer Vandevelde, aan den minister van bultenlandsche zaken de deelneming van de Belgische ‘regeering betuigd, met de ramp die Nederland beeft getroffen en tevens den minister verzocht aan de betrekkingen van de slacht offers de sympathie van de Belgische regeering over te brengen.

Verzoek om steun.
Men schrijft ons uit Lichtenvoorde: Een ontzettende ramp heeft opnieuw den Gelderschen Achterhoek in verdriet en kommer gebracht. De ramp van Borculo, die in heel het land weeklacht en medelijden wekte, is door de ramp van 1 Juni 1927 in ieder opzicht overtroffen.
Lichtenvoorde is dankbaar, dat het niet zooals bv. Groenlo één doode en een zevental zwaar gewonden te betreuren heeft, maar de materieele ramp gaat er zeker alle schattingen, die op ‘t oogenblik nog meer worden gemaakt, to boven. Bij tientallen zijn de huizen en welvarende boerderijen ingestort, onbewoonbaar, hopeloos vernield; met den grond gelijk gemaakt. De aangerichte schade aan boomen, veldgewas, pluimgedierte en grootvee kan op ‘t oogenblik een punt van aandacht voor ons zijn, want alle middelen moeten we te baat nemen, alle krachten moeten we inspannen om de zoo rampspoedig getroffen bevolking ten spoedigste eenig onderdak te bezorgen. Daarom kwam ‘s avonds na de ramp ten gemeentehuize te Lichtenvoorde ‘n comité van inwoners tot stand, dat zich vertrouwende op den liefdadigheidszin en de behulpzaamheid van Nederland, onmidaellijk aan het werk zette, om voor huisvesting en verpleging van de getroffenen te zorgen. De burgemeester van Lichtenvoorde stelde zich per radio reeds beschikbaar om gelden voor dit doel in ontvangst te nemen. Het comité stelde den heer Carl Hulshof aan tot penningmeester en staat in zijn geheel borg, dat de gelden zoo doeltreffend mogelijk zullen worden besteed.

Het doet echter een dringend beroep op de onmiddellijke liefdadigheid van heel het land, om eenige hulp te vérleenen aan hen, die zoo zwaar getrof-fen zijn en oogenblikkelijk van alles be-roofd, totaal hulpeloos zijn. Het adres van den penningmeester is: C. Hulshof A 263, Lichtenvoorde. Per giro kunnen de gelden ook worden overgemaakt op ‘t gironummer van J. Swusens, 72024.

Geef een reactie

Top
Gegevens laden