We are apologize for the inconvenience but you need to download
more modern browser in order to be able to browse our page
31 oktober 1977

“Stoomfluite” van Nahuis blaast rust.

Bron: Historisch centrum Overijssel.

Doek valt over Nederlands oudste (en enige) stoomhoutzagerij. Maandagavond zal voor de laatste maal over de houtplaats aan de Winterswijkseweg de “stoomfluite” van de firma Nahuis klinken. Wat later zal voorgoed het vuur in de ketel worden gedoofd. De stoommachine krijgt dan eindelijk rust. En acht werknemers gaan naar huis met de wetenschap dat zij daags daarna hij een andere baas gaan werken. Op 31 oktober 1977 valt definitief het doek over de enige stoomhoutzagerij, die Nederland nog heeft. De gebroeders Nahuis stoppen ermee. Er zijn geen opvolgers, die het bedrijf kunnen voortzetten. Velen hebben het zien aankomen. Ook Theo Nahuis, de oudste firmant van de Stoomhoutzagerij met handel in “beslagen en bezaagd eikenhout”. Hij zegt ervan: “Er bleef ons geen andere weg open om te proberen het bedrijf te verkopen aan een andere houthandel”. Theo Nahuis-bijna 65 – blijft nog wel in de houtbusiness. Op free lancebasis gaat hij hout inkopen voor de nieuwe eigenaar; zijn broer Harrie (62) blijft nog enkele jaren de leiding houden over de zagerij, die in een compleet nieuw jasje zal worden gestoken door de nieuwe eigenaar, houthandel Nijenhuis-Hendriksen uit Winterswijk. Ook voor de overige personeelszaken zijn er geen problemen. Men stapt en bloc over naar de nieuwe baas.

Houthandel Nijenhuis-Hendriksen gaat moderniseren. Er komt een nieuw gebouw en nieuwe machines worden geplaatst. Electromotoren gaan de plaats innemen van de oude stoommachine. Daarmee komt een eind aan een van de meest unieke houtzagerijen in Nederland. Ondertussen worden pogingen aangewend om de stoommachine te behouden. Men denkt aan een plaatsje in het Openluchtmuseum in Arnhem.
Vertegenwoordigers van verschillende instanties hebben in het verleden een oog laten vallen op de machine, terwijl verschillende particulieren een serieus bod hebben gedaan. “Maar toen konden wij de machine nog niet missen. Nu liggen de kaarten anders. De kopers zijn nu welkom”, aldus Theo Nahuis. Het heeft de laatste dagen storm gelopen in en rond de zagerij. Heel wat films en foto’s zijn er verschoten om de stoommachine-in-bedrijf te vereeuwigen. Houthandel Nahuis heeft een rijke historie. De grootvader van de gebroeders Nahuis kwam in 1870 vanuit Avest naar Groenlo om daar het handwerk van “radmaker” te beoefenen. Maar al snel kwamen de klanten ook vragen om gezaagd en beslagen eikenhou Met enkele zaagploegen toog hij aan het werk. Met paarden werden de stammen aangevoerd en met de kraanzaag, waarbij een houtzager op de boom stond en een zager onder de boom in de “koele”, wer-den planken en balken gezaagd. Dit handwerk leverde voor veel huisvaders emplooi op. Het bedrijf beleefde een enorme vooruitgang, toen E. J. Nahuis in 1918 uit Duitsland een stoommachine kocht. Er kwamen nieuwe machines, waardoor de produktie met sprongen onhoog ging. Per spoor werden de bestellingen door geheel Nederland afgeleverd; dwars-liggers voor de spoorwegen, stuthout voor de mijnen en dukdalven voor de havens in Amsterdam en Delfzijl. In deze handel kwam de klad, toen de mijnen gesloten werden en de spoorwegen overstapten naar betonnen dwarsliggers. De laatste jaren heeft zich de firma Nahuis voornamelijk toegelegd op de levering van eikenhout voor restauratie van panden van Monumentenzorg.

x
“Ik wet echt neet wat de ni`jje heeren wilt.
Ik bun gepensioeneerd en dan heb iej feiteluk nergens recht meer op”. Terwijl Willem Anten dit zegt, gaat hij even zitten op een eiken boom, waarvan hij er in zijn leven vele duizenden met de bijl heeft bewerkt om ze “glad en geeuw” af te leveren aan de zaagploeg. Willem Anten is al zo’n 62 jaar in dienst bij de firma Nahuis. Op elf jarige leeftijd werd hij aan de hand van zijn moeder naar de eerste baas gebracht. Het kleine “keerltjen” zou de kost moeten verdienen in het hout. En nu nog, na 62 dienstjaren, weet Willem niet van ophouden. Toen hij zijn A.O.W. kreeg, beloofde hij zijn collega’s wel eens een handje te willen helpen wanneer het te druk werd. “Moer ik bun neet van plan altied precies op de “Noasman-fluite” te lopen voegde hij er duidelijk aan toe. Van dit laatste is weinig terecht gekomen. Willem meldt zich ‘s morgens als een van de eersten om de handen uit de mouw te steken. Al een kwartier voor tijd gaat hij met de fiets van huis om toch maar niet te laat te komen! Wat de toekomst voor Willem Anten zal brengen, ligt geheel in handen van de nieuwe eigenaar. Het zal aan Willem niet liggen, want Willem wil wel!
z

Met een handvol poetskatoen en een oliespuit loopt machinist Hendrik Groot Bruinderink in de machinekamer van de stoomhoutzagerij Nahuis in Groenlo rond. Hij spuit en poetst. Van de vierkante tegeltjesvloer is soep te eten, zo schoon is het er. De machine met het snorrende vliegwerk glimt van alle kanten. Hendrik Groot Bruinderink is verwend met zijn stoommachine uit de negentiger jaren van de vorige eeuw (negentiende eeuw). Hendrik kijkt op als hij wordt toegesproken. In zijn werkplaats is het wat gemakkelijker praten over de stoommachine, die over enkele dagen wordt stilgezet. Misschien wel voor altijd! Hendrik vindt dat jammer. “Hee kan nog wal un mensenleven met, zo good is e nog in orde. Moar het net met dizze stoommachine net as met un mens; as d’r neet op tied etten en drinken is, is het gauw gebeurd…”.
Hendrik is AOW-er. Sinds enkele weken. Maar niemand kan zijn werk bij stoomhoutzagerij Nahuis overnemen. Hendrik heeft de gebroeders Nahuis niet voor het blok willen zetten. Hij heeft de gebroeders uit de nood willen helpen, zolang de nieuwe eigenaar er nog niet is. Hendrik Groot Bruiderink is 32 jaar machinist geweest hij de houthandel. De stoommachine kent hij op zijn duimpje. Als er een valse toontje zit in het eentonige gezoem van de machine, griipt Hendrik even in zijn rijk-gevuld medicijnenkastje of pakt gewoon een sleutel om het kwaaltje te verhelpen. De machine mag niet haperen, want dan komt praktisch het gehele bedrijf lam te liggen. De belangrijkste zagen worden met energie van de stoommachine aangedreven. De rest draait op krachtstroom van de PGEM. Enkele jaren geleden nog zorgde een kleinere stoommachine voor het licht in de houtzagerij en op de “holtplas”. Ook dat gebeurt niet meer, al verkeert de kleine stoommachine nog in een blakende vorm.
De grote stoommachine de de enige in Nederland, die in een houtzagerij nog functioneert. Het taaie beestje werd in 1897 vervaardigd door gebroeders Meer uit München Gladbach en werd gemonteerd in een steenfabriek in Bocholt (Duitsland). Daar stond de machine al vele jaren werkloos, toen in 1918 de vader van d huidige firmanten de machine kocht en in onderdelen over de grens liet brengen. Voor de oorlog heeft de houtzagerij ook een compleet electrische “centrale” gehad, maar in de oorlogsdagen kwam daaraan een einde, toen de Duitsers de accu’s wensten te gebruiken voor minder vreedzame doeleinden.

Bron: De Gelderlander

Geef een reactie

Top
Gegevens laden