We are apologize for the inconvenience but you need to download
more modern browser in order to be able to browse our page
22 juli 1989

Houtzagerij nog één keer onder stoom

Harrie Nahuis: `Eén keer moet je stoppen`

GROENLO
Voor de laatste maal zal houtzagerij Nahuis aan de Winterswijkseweg zaterdag onder stoom zijn: dan kunnen belangstellenden nog één keer zien hoe een stoomhoutzagerij werkt. Daarna stoppen Harrie Nahuis (73) en zijn machinist Jan ten Barge (72) er mee. „Eén keer moet je er mee stoppen, anders ga je er eeuwig mee door. We hebben nu tien jaar lang de stoomhoutzagerij draaiende gehouden als toeristische attractie”, zegt Nahuis, die het inmiddels welletjes vindt. Daarmee komt definitief een einde aan een stukje geschiede-nis van het bedrijfsleven in de Achterhoek. De grootvader van Harrie begon in 1852 met een radmakerij. Daar was maar slecht een boterham in te verdienen, zodat hij omzag naar wat anders: een houtzagerij. Verstopt op een boerenwagen smokkelde hij in 1917 – midden in de Eerste Wereldoorlog – een stoommachine Groenlo. De stoommachine had hij voor duizend Mark op de kop weten te tikken bij een Duitse steenfabriek die failliet was gegaan.

Geen miskoop
Dat was zeker geen miskoop, want tot op de dag van vandaag is er nooit één onderdeel van de stoommachine stuk gegaan: het beste bewijs hoe belangrijk goed onderhoud is. Grootvader Nahuis had, voordat de stoommachine zijn intrede deed in de zagerij, 49 mensen In dienst; na die ‘modernisering’ waren er nog maar 29 nodig om het werk te verrichten. Het hout voor de zagerij, hoofdzakelijk eiken, werd uit de omgeving van Münster gehaald. Te voet ging grootvader Nahuis naar Münster om hout te kopen; daarvoor was hij drie dagen onderweg. Het hout werd vervoerd per paardetractie. „Er waren eigen voerlieden voor en we hadden negen paarden”, vertelt Harrie Nahuis. Het gezaagde hout werd verkocht voor waterbouwkundige werken, aan meubelindustrie, spoorwegen en de bouw.

Nahuis was zijn tijd ver vooruit: in de stoomhoutzagerij werd zelf elektriciteit opgewekt in een tijd dat Groenlo zelfs nog geen gas had. Elektriciteit voor de zagerij en drie nabijgelegen woonhuizen. Tijd vooruit Een grote klap voor het bedrijf was het wegvallen van de mijnbouw waaraan hout werd geleverd. Mede omdat Nahuis geen opvolger had, (,,Onze enige dochter leerde geen ‘houtworm’ kennen”), deed hij de houtzagerij in 1976 over aan de firma Hendriksen, die sindsdien het bedrijf runt. De stoommachine deed geen dienst meer: economisch gezien was die niet meer rendabel. Maar in 1979 werd de machine weer onder stoom gezet, dit maal als toeristische attractie. Harrie Nahuis en zijn machinist Jan ten Barge staken daar sindsdien veel tijd in: op maandag de ketel met 15.000 liter water opstoken, dinsdag bijstoken en dan van woensdag tot en met zaterdag de zaak in bedrijf. Dat tien jaar lang van mei tot en met oktober. Daarna was je vrij”, zegt Harrie Nahuis, die toch met veel plezier de stoomhoutzagerij in bedrijf hield om jaarlijks zo’n drieduizend bezoekers uitleg te geven hoe zo’n machine werkt.

Machinisten
De stoomhoutzagerij schonk hij aan het Openluchtmuseum; de Stichting Stoomhoutzagerij Nahuis kreeg gebouw en machines in bruikleen van het Openluchtmuseum. Met vrijwilligers werd de stoomhoutzagerij draaiende gehouden. Hoewel er inmiddels twee machinisten van Akzo bereid werden gevonden in hun vrije tijd de stoommachine te laten draaien, is dat volgens Harrie Nahuis niet toereikend. Je bent in het toeristenseizoen van ‘s morgens half negen tot ‘s avonds half zes in de weer. Die machinisten van Akzo kunnen alleen buiten hun ploegendienst helpen.” Zo spijtig Harrie Nahuis het ook vindt, komende zaterdag draait werkelijk voor de laatste keer de stoomhoutzagerij. Tussen half elf en vier uur kan de stoomhoutzagerij nog één maal werkend worden aanschouwd.

Bron: De Gelderlander Foto: Hans Prinsen

Stoomduo van Groenlo stookt voor ‘t laatst de ketel op
„Men krijgt als het ware een zekere liefde voor zo’n machine”

De een was directeur van het bedrijf. De ander manus-van-alles. Hun gemeenschappelijke stoompassie heeft een hechte vriendschap teweeggebracht. Tot vorig jaar waren ze vier dagen per week actief in stoomzagerij Nahuis. Helaas dwingt hun leeftijd hen te stoppen. Ouddirecteur Nahuis is reeds 73. Werknemer Ten Barge 71. De druk die de stoom op hen legt wordt te groot. Nog eenmaal zal het duo het vuur in de ketel opstoken en de machines in de antieke houtzagerij laten draaien. Iedereen is op zaterdag 22 juli a.s. welkom in Groenlo, waar getoond zal worden wat een stoommachine vermag. Welk ander apparaat heeft de kloof tussen heer en knecht geslecht?
In droef stilzwijgen zitten ze in de werkplaats van de laatste stoomhoutzagerij van Nederiand. Op de ene stoel H.F. Nahuis, oud-firmant van stoomzagerij J. Nahuis te Groenlo. Tegenover hem J. ten Barge, oud-werknemer van de firma. Er is alleszins reden voor de gedrukte stemming. Met rasse schreden nadert de dag waarop ze voor de laatste maal hun geliefde stoommachine op gang zullen brengen. ,,Wij worden ouder””, zegt Nahuis. ,,Hijis71 en ik ben 73. Je moet een keer stoppen. Wij zijn oud en versleten.” Ten Barge knikten verbijt zwijgend zijn verdriet. Het bedrijf werd opgezet door de grootvader van Nahuis. Aanvankelijk was het een radmakerij, waar wielen voor boerenkarren werden gemaakt. Een enkele keer zelfs een volledig rijtuig.,,Je zou het nu een carrosseriebedrijf noemen”, verduidelijkt Nahuis. ,,Hij werkte samen met drie broers. Op een gegeven moment heeft hij gezegd: het is hard werken en niks verdienen. Hij is eruit gestapt en begonnen met het ontginnen van grond waar hout op stond. Het hout verkocht-ie. Daarna werd de grond ontgonnen en verkocht voor een dubbeltje per vierkante meter. Langzamerhand heeft hij ook het ontginnen opgegeven en is alleen met de houthandel doorgegaan.” Grootvader Nahuis was een vooruitstrevend man. Elke maandag liep hij naar Zutphen, stapte daar op de trein naar Amsterdam, keerde als hij zijn zaken afgehandeld had terug en liep weer naar huis. Het bedrijf werd overgenomen door de vader van Nahuis. Hij was het die in 1916 van een failliete steenfabriek in Duitsland een stoommachine overnam om daarmee de machines in de houtzagerij aan te drijven. ,,Hij betaalde er duizend mark voor””, glimlacht Nahuis. ,, Maar toen kon je voor een cent nog twee sigaren krijgen. Die machine is over de groene grens hiernaartoe gebracht, want het was midden in de oorlog. Je kunt ook zeggen “gesmokkeld”, maar “over de groene grens”” klinkt wat aardiger.”

Milieuvriendelijk
De machine werd in Groenlo door Duitse monteurs weer opgebouwd. ,, Het apparaat waarmee getest moest worden of de machine trillingvrij stond waren ze vergeten. Toen hebben ze er vijftig vierkante stuivers op gezet. Ik weet niet of u ze nog kent. Die vierkante nikkelen stuivers. Als er één omvalt breken we” m weer af, zeiden ze, want dan staat-ie niet goed. Maar ze zijn allemaal blijven staan en de machine is nooit meer van z” n plaats geweest. Hij staat nog precies op de plaats waar hij in 1916 is opgebouwd.” De ketel werd gestookt met afvalhout. ,,Alles ging erin. Spaanders, nat hout, zaagsel, alles wat voor de voeten lag. Je raakte makkelijk van je afval af. En het was milieuvriendelijk. Er staat wel een schoorsteen, maar die zagen de mensen nooit roken. Een heel enkele keer, als we het zelf wilden en wat gummi in het vuur gooiden. Dan kwam er”s een keer rook uit de pijp.”” De directe verantwoordelijkheid voor de stoommachine berustte bij de stoker/machinist van het bedrijf. Zijn belangrijkste taak was het onder druk houden van de ketel, ”s Morgens diende hij als eerste aanwezig te zijn om het vuur op te rakelen en de machine te smeren. Na een half uur was de druk in de ketel weer op peil en kon de de rest van het personeel aan de slag.

Geen prater
In 1940 kwam Ten Barge in dienst van de houtzagerij. Aanvankelijk maakte hij deel uit van de buitenploeg, maar al vrij snel belandde hij in de fabriek. Daar werden zijn technische kwaliteiten ontdekt. Niet lang daarna volgde zijn officieuse benoeming tot reserve-machinist. Het was geen pretje om achter de ketel te staan. t> „Wanneer de machine in vol bedrijf was verstookteje zo ongeveer twee tot drie kuub per dag””, meldt de oude ambachtsman. „Het is altijd warm. Heet! Vooral in de zomer, als men voor dat open vuur staat. En in de winter komt men er niet toe om een jas aan te trekken wanneer men naar buiten moet om hout te halen. Dat is te omslachtig.”” Het liefst laat de gepensioneerde werknemer zijn baas aan het woord. Een prater is hij nooit geweest. Maar het werk dat hij leverde was perfect. „Hij heeft twee rechtse handen, dus hij werd voor alles gebruikt”, roemt Nahuis. ,,Je kon het zo gek niet bedenken of hij was er geschikt voor. Hij kon alles bedienen, hij kon alles repareren.” Ten Barge glimlacht veriegen bij de lof die door”” meneer” over hem wordt uitgestort. Hij is een bescheiden mens en spreekt over zijn aandeel in de houtzagerij het liefst zo onpersoonlijk mogelijk. ,,Het is denk ik een zeker soort feeling waardoor men alles aanpakt. En wanneer het een en ander gerepareerd werd keek men toe. Dan krijgt men daar ook inzicht in.”

Verkoop
Door de jaren ontstond tussen de reserve-machinist en de stoommachine een intieme verhouding. Als geen ander kende hij niet alleen de nukken, maar ook de trouw van het ijzeren dier, dat tot de verkoop van het bedrijf in 1976 dienstdeed.,, Eerst deed men gewoon zijn werk””, zegt Ten Barge.,,Dat was toevallig achter een stoommachine. Later krijgt men daar als het ware een zekestoomauto, een stoomwals en een stoomlocomobiel te zien. re liefde voor.” Dertien jaar geleden werd de onderneming overgenomen door Nijenhuis en Hendriksen. De stoommachine deed Nahuis voor een habbekrats over aan het Openluchtmuseum. ,, We hebben te laat gemoderniseerd” ”, erkent de oud-firmant van de stoomhoutzagerij. ,,Een van de oorzaken daarvan was dat ik geen opvolger had. Dan werkje te lang door met het oude materieel. Toen het niet meer ging heb ik gezegd: er moet zo veel geld in gestopt worden, we verkopen de zaak. We hebben veel aan de Spoorwegen en de mijnen geleverd. De sluiting van de mijnen was voor ons een grote klap. En de Spoorwegen kochten op het laatst praktisch alles in Frankrijk tegen prijzen waar wij absoluut niet tegenop konden. Wij zaagden over een dwarsligger negen minuten. In Frankrijk deden ze er vijftig seconden over.” Hoewel hij zijn zaak had verkocht kon Nahuis geen afscheid nemen van zijn stoommachine. Tot vorig jaar waren hij en Ten Barge van mei tot september vier dagen per week in de houtzagerij te vinden om de machine te demonstreren aan toeristen.,,Liefdewerk oud papier voor het Openluchtmuseum” ”, vermeldt Nahuis voor de duidelijkheid. Gemiddeld verstuwde de houtzagerij elk seizoen een drieduizend bezoekers. ,,De reacties waren vreselijk enthousiast”, laafde oud-firmant met enige ironie weten, ,,en bijna iedereen zei: dit mag nooit verdwijnen. Maar als je vijfentwintig gulden vroeg was het over. We zijn gelukkig goed geholpen door de Vrienden van het Openluchtmuseum. Want met een rijksdaalder entree van drieduizend bezoekers per seizoen kun j e de zaak natuurlij k niet draaiend houden. Daar kan zelfs de verzekering nog niet van betaald worden.”

Mangat
Sinds het begin van de eeuw is er nauwelijks iets veranderd aan de zagerij. In de ruimte naast de werkplaats staat de negen meter lange stoomketel uit 1914. Ervoor een karretje met stukken ruw hout. Twee dagen geleden zijn Nahuis en Ten Barge begonnen met stoken. Pas na vijf uur was de druk in de ketel opgelopen tot de zes atmosfeer die nodig is om de stoommachine draaiend te houden. De volgende morgen was de druk teruggezakt tot twee atmosfeer. „Umoet denken, het hele geval heeft een halfjaar niet gewerkt”, onderricht Ten Barge. ,,De muren en de bodem waren steenkoud. Daardoor koelt het ketelwater snel af. Nu is hij weer op druk, zoals u kunt zien op de manometer. De hoogte van het water in de ketel ziet u op deze peilglazen.” Op het zoldertje boven de ketel staat de domp, een koepel waarin de stoom uit de ketel wordt opgevangen. Vanuit de domp wordt de stoom door twee leidingen naar de twee stoommachines in de machinekamer getransporteerd. Twee keer per jaar werd het ovaalvormige mangat van de ketel geopend en daalden werklieden erdoor af om het ingewand van de kolos te reinigen. Een keer per twee jaar maakten heren keurmeesters van het stoomwezen dezelfde gang. Het mangat lijkt onwaarschijnlijk klein voor een mensenlichaam. Maar Ten Barge verzekert dat het groot genoeg is, mits men de armen op een daartoe vereiste wijze langs het lichaam houdt.,,Jawel, echt waar, u kunt er ook doorheen.”

Ritueel
Beneden voedt Nahuis het vuur door een paar houtblokken op de roosters in de vuurmond van de ketel te gooien. De oplopende temperatuur op het benauwde zoldertje lijkt Ten Barge niet te hinderen. Naast de werkplaats ligt de machinekamer, het hart van de stoomzagerij. De voorste machine dateert uit 1897 en drijft de zaagmachines in de houtzagerij aan. ,,Laat”m maar draaien”, zegt Nahuis. De plechtigheid waarmee Ten Barge het bevel opvolgt geeft zijn handelen iets van een ritueel. Langzaam draait hij aan het kleine wiel aan de leiding, waardoor de stoom toegang tot de machine krijgt. Het gevaarte zet zijn liefhebbers niet beschaamd. Zonder te ploffen begint het te werken. Via de krukas wordt het vliegwiel in beweging gebracht, dat door een zestien meter lange drijfriem in verbinding staat met de aandrijfas. Deze as loopt onder de hele zagerij door en is door aandrijfriemen verbonden met de zaagmachines. De beide mannen kijken stil toe. Altijd weer zijn ze onder de indruk van de trouw van hun machine. ,,In de zeventig jaar dat-ie nu hier staat is er nog nooit een onderdeel aan vernieuwd””, brengt Nahuis ontroerd uit.

Mariabeeldje
Achter de grote stoommachine staat een kleiner exemplaar, dat uit 1892 dateert. De machine is verbonden met een gelijkstroomdynamo van honderd volt. Het marmeren schakelbord met de porseleinen zekeringhouders toonde bezoekers de gezondheid van de onderneming. ,,Als”s avonds alle machines in de zagerij stil stonden hadden mijn ouderlijk huis, het kantoor, de werfbaas en de paardenstallen licht””, vermeldt de oud-directeur met gepaste trots. Vanuit een nisje in de muur tussen de werkplaats en de machinekamer blikt een houten Mariabeeldje op de stoommachinesneer. ,,Dat is van mensen geweest die het kwijt wilden””, vertelt Nahuis. ,,Ze vroegen de machinist of hij het wilde verbranden, maar die kon dat niet over z” n hart verkrijgen. Daarom heeft hij het daar neergezet. Hoe veel mensen me al niet gevraagd hebben of ze dat ding konden kopen. Maar dat doe ik niet. f-fet heeft daar altijd gestaan, waarom zou het er niet mogen blijven.”

Zaagmachines
Van de machinekamer gaat het naar de zagerij. De stammen liggen nog in de zaagmachines. Met zijn kromgewerkte lichaam klautert Ten Barge naar de aandrijfschijf van het horizontale zaagraam om het noodzakelijke smeerwerk te verrichten. De toewijding van de gepensioneerde werknemer is niet vergeefs. De zaag glijdt door de stam als een mes door de boter. Manmoedig draagt Nahuis de smart om de naderende scheiding van “zijn” stoommachine. Op 22 juli zal hij met Ten Barge voor de laatste maal de ketel opstoken. ,, Langzamerhand willen wij ook wel ”s een zomer vrij hebben”, houdt hij zichzelf met een triest lachje voor.,,Kunnen we ook”s op vakantie. Want de hele zomer waren we er praktisch elke dag druk mee. Daar hadden de vrouwen wel ”s moeite mee. Als je ”s avonds thuis komt ben je moe en smerig. Dan heb je ook geen zin meer om weg te gaan.””

Wederhelft
Het Openluchtmuseum laat de stoomzagerij het liefst in z”n oorspronkelijke omgeving staan. Een bezwaar daarvan is dat de overheid geen geld geeft voor objecten buiten het museum zelf. Ook de opgerichte Stichting Stoomhoutzagerij Nahuis heeft niet de financiële middelen om het monument op lange termijn te onderhouden. Tenzij een kapitaalkrachtige zich het lot van de stichting aantrekt zal de stoomhoutzagerij in de toekomst toch naar Arnhem verplaatst moeten worden. ,, Maar ik heb met het Openluchtmuseum afgesproken: zolang ik leef blijft-ie hier staan”, verklaart Nahuis heftig. ,,Ik ben helemaal opgegroeid met die houtzagerij. Als jochie van drie jaar liep ik hier al rond.” ,, Wanneer men zo lang op dat bedrijf gewerk heeft, dan wordt dat een stuk van uw leven”, bevestigt Ten Barge. ,, Maar ja, men dient ook rekening te houden met zijn wederhelft.”

Bron: Reformatorisch Dagblad

22 juli 1989

Dietrich Koldeweij schreef:

Kan me nog goed herinneren dat ik daar vroeger zaagsel heb gehaald met mijn broer. kwamen we met de trekker en veewagen om zaagsel in te batsen en thuis weer uit de wagen te batsen om in de stal te gooien voor de koeien. Als ik het goed heb heeft mijn vader daar ook gewerkt in de jaren 70. denk tot zijn ziekte. Weeet iemand dat toevallig?

Geef een reactie

Top
Gegevens laden